Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 1

1 Ik, Paulus, stuur jullie dit schrijven. Als knecht van Jezus Christus werd ik tot apostel geroepen en werd mij de opdracht toevertrouwd de heilsboodschap van God te verkondigen. 2 Die had God al van tevoren door zijn profeten in heilige schriften laten aankondigen 3 en heeft betrekking op zijn Zoon. Naar zijn aardse lichaam […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 2

1 Als je nu, wie je als mens ook mag zijn, jezelf als rechter wilt voordoen over zulke mensen, dan ben je daarin niet te verontschuldigen. Want waaraan je je medemens ‘schuldig’ verklaart, vel je je eigen oordeel tot verdoemenis. Jij – de rechter – begaat immers dezelfde misdaad. 2 Wij weten immers dat alleen […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 3

1 Wat heeft de jood dan voor op de niet-jood? Of wat heeft de besnijdenis eigenlijk nog voor waarde? 2 Welnu, altijd nog in ieder opzicht een tamelijk grote. In de eerste plaats hebben de joden dit voor, dat hun de beloften van God werden toevertrouwd. 3 Natuurlijk zou men daar tegenin kunnen brengen dat […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 4

1 Welke mening moeten we nu, na wat gezegd is, zijn toegedaan als wij vragen wat onze aardse stamvader Abraham van God verkregen heeft? 2 Zou hij namelijk door het vervullen van wetsvoorschriften het welgevallen van God hebben gevonden, dan had hij een reden om zich daarop te beroemen. Maar zo’n reden heeft hij niet […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 5

1 Omdat wij nu door het geloof vrienden van God zijn geworden, zullen wij de vrede met God ook bewaren door de hulp van onze Heer Jezus Christus. 2 Door hem hebben wij ook de toegang tot de geestelijke gaven ontvangen, die nu voor altijd ons eigendom zijn en kunnen we ons beroemen in de […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 6

1 Welke conclusie moeten we nu uit het voorgaande trekken? Moeten wij soms zeggen: “Laat ons in de zonde van de afvalligheid volharden, opdat de gratie nog rijker wordt”? 2 Verre van dat! Want hoe kunnen wij in de zonde van de afvalligheid verder leven als we immers deze zonde volledig afgezworen hebben? 3 Of […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 7

1 Het is jullie toch wel bekend, broeders – ik spreek immers tegen mensen die de wet kennen – dat iedere bepaling in de wet bij de mens slechts geldigheid bezit voor de tijd van dit leven. 2 Zo is bijvoorbeeld een getrouwde vrouw wettelijk slechts aan haar man gebonden zolang hij leeft. Sterft de […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 8

1 Er is dus geen sprake meer van dat zij, die in de gemeenschap met Christus zijn, veroordeeld worden. 2 Want de rechtsorde in het rijk van de geestenwereld die in gemeenschap met Christus Jezus leeft, bevrijdde mij van de rechtsorde die in het rijk van de zonde van de afvalligheid en de geestelijke dood […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 9

1 Wat ik jullie nu vertel, is de waarheid. Christus Jezus is mijn getuige dat ik niet lieg; ook mijn eigen geweten getuigt ervan door de werking van een heilige geest, 2 dat diepe droefheid en onophoudelijke pijn mijn ziel bezwaren. 3 Graag zou ik zelf uit de gemeenschap met Christus uitgestoten willen zijn in […]

Brief aan de Romeinen - Hoofdstuk 10

1 Broeders, het is mijn hartewens en ik smeek God voortdurend dat Israël mag worden gered. 2 Dit ene moet ik immers wel van hen getuigen, dat zij ijver voor God aan de dag leggen. Jammer genoeg doen zij dat niet met het juiste inzicht. 3 Zij zien namelijk niet in waaruit de ware rechtschapenheid […]