Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 1

1 Paulus, die naar de wil van God een apostel van Christus Jezus is geworden, zendt zijn groeten naar de godgetrouwen in Efeze die ook trouw aan Jezus Christus zijn. 2 Moge van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus jullie genade en vrede ten deel vallen. 3 Geprezen zij de God en […]

Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 2

1 Ook jullie waren geestelijk dood ten gevolge van je afvalligheid en van je andere zonden, waarin jullie sinds het bestaan van dit universum door de verschillende tijdperioden heen erop los leefden. 2 Jullie stonden onder de heerschappij van de vorst van de duisternis, van die geest die nu nog zijn macht uitoefent over degenen […]

Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 3

1 En dat is de reden dat ik, Paulus, die om Christus’ wil ketenen draag, als zijn afgezant optreed bij jullie niet-joden. 2 Jullie hebben vast en zeker al gehoord over de beschikkingen van de genade van God die mij om jullie bestwil ten deel viel; 3 dat mij namelijk in een openbaring het geheim […]

Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 4

1 Zo vermaan ik jullie dan als iemand die zich door onverbrekelijke banden aan de Heer geketend voelt: toon je in je levenswandel de roeping waardig die naar jullie is uitgegaan. 2 Wandel in nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaars zwakheden in liefde. 3 Doe vooral je uiterste best de geestelijke eenheid te bewaren door […]

Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 5

1 Wees dus navolgers van God als zijn geliefde kinderen en leid een leven van liefde, 2 zoals ook Christus ons liefhad en zich voor ons heeft gegeven als offer waaraan God het hoogste welgevallen had. 3 Ontucht en onreinheid, van welke aard dan ook, of hebzucht mogen nooit het onderwerp van je gesprekken zijn. […]

Brief aan de Efeziërs - Hoofdstuk 6

1 Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders. Want dat komt overeen met de wil van God. 2 ‘Eer je vader en je moeder.’ Dat is het enige gebod dat verbonden is met de belofte: 3 ‘opdat het je goed mag gaan en je lang zult leven op aarde.’ 4 Vaders, wek geen gevoel van verbittering […]