Geschiedenis

In de nazomer van 1923 was Johannes Greber katholiek priester van een kleine plattelandsgemeente. Daarbij had hij de leiding van een liefdadigheidsvereniging, waarvan de zetel in een naburige stad was gevestigd. Tweemaal per week ging hij naar dat bureau om de werkzaamheden te verzorgen.

Op een zekere dag kwam er een man bij Johannes Greber, die hem vroeg : ‘ Hoe denkt u over het spiritisme?’ Nog vóór Johannes Greber kon antwoorden, vertelde de man zijn ondervindingen. Hij woonde wekelijks met een kleine kring een soort godsdienstoefening bij. Men bad, las in de Heilige Schrift en besprak hetgeen gelezen. Onder de aanwezigen bevond zich ook een jongen van ongeveer 16 of 17 jaar. Hij kwam uit een eenvoudig gezin, had een middelmatige schoolopleiding genoten en was leerjongen in een particulier bedrijf. Op die bijeenkomsten viel de jongen plotseling als dood voorover, werd echter direct weer, als door een onzichtbare kracht met rukken opgericht, zat dan met gesloten ogen en deed de aanwezigen wonderbaarlijke mededelingen. Ook beantwoordde hij de vragen, die men hem stelde, maar op zuiver materialistische vragen weigerde hij het antwoord. Aan het einde van zijn mededelingen viel de jongen weer voorover en dan kwam hij onmiddellijk tot zichzelf. Van wat er was gebeurd en wat hij had gesproken wist hij niets. De jongen was gezond en vrolijk en voelde geen nadeel, geen hoofdpijn, noch enig ander onbehagen na deze gebeurtenis.

De man besloot zijn mededeling met de woorden : ‘Nu wilde ik van u weten, hoe u over deze zaak denkt. Maar voordat u uw oordeel geeft, verzoek ik u, zelf aan zo’n bijeenkomst deel te nemen, zodat u zich persoonlijk van de gebeurtenissen kunt overtuigen. Daarbij heeft u dan de gelegenheid, zelf aan de jongen vragen te stellen.’

Met grote aandacht had Johannes Greber naar zijn verhaal geluisterd. Wat moest hij daarop antwoorden? Van het zogenaamde ‘spiritisme’ wist en begreep hij niets. Wel had hij hier en daar in dagbladen er iets over gelezen. Het waren berichten over ontmoetingen van media of dergelijke spiritistische bedriegerijen, dus over het algemeen niets gunstigs. En nu zou Johannes Greber als ernstig mens, en zelfs als geestelijke, zich op dit gebied begeven en zich aan het gevaar blootstellen, zichzelf belachelijk te maken? Dat kon hij niet. Wel vond Johannes Greber het aanlokkelijk uit zuiver wetenschappelijk oogpunt, de zojuist gehoorde merkwaardige verschijnselen te onderzoeken, als hij dat maar alleen vanuit zijn studeerkamer had kunnen doen. Maar om naar vreemden te gaan en zichzelf bloot stellen aan kletspraatjes, dat wilde hij niet.

Daarom antwoordde hij zijn bezoeker oprecht, dat hij geen persoonlijke ervaring had omtrent het ‘spiritisme’ , en over wat hij had ondervonden niet kon oordelen. Ook maakte hij ernstig bezwaar tegen zijn uitnodiging deel te nemen aan de samenkomst, zoals de man die beschreef. Johannes Greber moest rekening houden met zijn ‘zwarte rok’ en ervoor zorgen, niet openlijk als ‘spiritist’ te worden gebrandmerkt, want zijn deelneming aan deze zittingen zou ongetwijfeld spoedig algemeen bekend worden.

De man echter, wilde zijn bezwaren niet aanvaarden en antwoordde : ‘Dit is een zeer gewichtige zaak, waarvan u als geestelijke en als iemand, die in het openbare leven staat, op de hoogte behoort te zijn. Naar mijn mening heeft u ten minste de plicht om te onderzoeken en zich na een diepgaand en onpartijdig onderzoek een oordeel te vormen. Men zal u wellicht telkens over deze dingen vragen stellen. En aan wie anders zullen wij leken om opheldering vragen dan aan de geestelijke leiders die, zoals wij vertrouwen, ons de volle waarheid zeggen? Doodzwijgen kunnen wij deze dingen toch niet meer. Ook in Duitsland neemt het aantal spiritistische kringen van dag tot dag toe. Men vindt ze zeker in elke grotere plaats. lk weet wel, dat de kerken het spiritisme als bedrog of duivelswerk opzij trachten te schuiven, maar daarmee wordt de vraag niet opgelost.

Als u onaangenaamheden vreest, is deze angst ongegrond, uw deelname aan onze bijeenkomsten zal volstrekt geheim blijven. Want de enkele deelnemers zijn personen, die kunnen zwijgen en alles zullen vermijden wat u zou kunnen schaden. Dus u kunt gerust toestemmen.’

Tegen de waarheid van deze uiteenzetting kon ik weinig inbrengen. De man had gelijk. Wanneer wij geestelijken, die voorgeven de leraren en leiders van het volk te zijn, weigeren om een persoonlijk onderzoek in te stellen naar de waarheid van dergelijke verschijnselen, wie anders zou dit dan doen? Wie zou een grotere belangstelling kunnen hebben dan juist de geestelijken van alle godsdiensten? Want als het spiritisme zou bewijzen een bron van waarheid te zijn, is dit voor alle godsdienstige gemeenschappen van de diepste betekenis.

Na enige aarzeling verklaarde ik mij bereid, de volgende zondagavond aan de zitting deel te nemen. De volgende dagen waren mijn gedachten steeds met dit geval bezig.

Half en half speet het mij zeer de uitnodiging te hebben aangenomen, want de onaangenaamheden die daaruit konden voortvloeien schenen mij, hoe langer ik erover nadacht, steeds groter toe. Met spanning wachtte ik op de volgende zondag.

De Godsdienstoefening die op de genoemde zondag plaatsvond heeft het leven van Johannes Greber veranderd, onduidelijkheden werden hem duidelijk, en God kwam meer en zichtbaarder in zijn leven. Nog vele Godsdienstoefeningen heeft hij bijgewoond en zijn levenstaak werd het om de mensen deze levendige band met God opmerkzaam te maken. Zijn boekwerken ‘Omgang met Gods Geestenwereld’ en ‘Het Nieuwe Testament’ bevatten zijn bevindingen en de leringen van de Geest welke in Gods naam en opdracht Johannes Greber onderwees.

1990, Amsterdam

Hesdy Leo Linger(volle-trance medium) kreeg een ernstig auto-ongeluk waarbij de auto van de weg raakte en tegen een boom tot stilstand kwam. Als gevolg hiervan had hij twee gebroken benen, beschadiging aan de nieren en een doodservaring. Tijdens een flatline werd hij in de geestelijke wereld door een koets opgehaald, het was een grote koets met paarden welke op een luchtbaan een weg naar boven baande. De koetsier stopte voor een enorme poort, mooi en onmenselijk wonderbaar en meldde aan Hesdy Linger dat hij op de bestemming was aangekomen. Hesdy Linger echter antwoordde nog niet klaar te zijn voor de stap, hij heeft zijn belofte aan God nog niet vervuld en doelde daarmee op het organiseren van Godsdienstoefeningen welke vergelijkbaar zijn met de Grebermethode. De koetsier antwoordde dat Hesdy Linger dan maar zelf zijn weg terug moest vinden, want de opdracht luidde slechts om Hesdy Linger tot de poort te brengen.

Hierna sprong Hesdy Linger naar beneden, vloog door de sferen tot aarde, ging op zijn knieën en bad God om vergeving, daarna ontwaakte hij uit zijn flatline en leefde weer op aarde. Na zijn herstel begon Hesdy Linger met de Godsdienstoefeningen bij hem thuis en leerde een ieder die wilde luisteren over God en diens Geestenwereld, waaronder zijn zoon Giovanni Reingoud.

2002, Het Nieuwe Testament volgens Greber vertaald

‘Kerk heeft Gods geesten het zwijgen opgelegd’

Cokky van Limpt − 08/08/02, 00:00

‘Iedere voorganger van een christelijke gemeente moet eigenlijk een medium zijn van Gods geestenwereld’, beweerde de Duitse pastor Johannes Greber (1876-1944) in de jaren dertig van de vorige eeuw. Joop Poort, Roelof Tichelaar en Sir Koolhof zijn het roerend met hem eens. Zij vertaalden het Nieuwe Testament-volgens-Greber in het Nederlands en brengen het resultaat eind deze maand in eigen beheer uit.

Het geestdriftige vertaalteam ontvangt de verslaggeefster in de huiskamer van Joop Poort in Koudekerk aan de Rijn. Voorspellende dromen, visioenen en een bijzondere opdracht brachten hen samen. Al vertalend ‘groeiden zij in de Greber-gedachte’, dat Gods openbaringen aan mensen niet zijn geëindigd bij het laatste bijbelboek, maar altijd zijn doorgegaan. Koolhof, Tichelaar en Poort zeggen het Greber met instemming na: ‘Het zijn de kerkelijke machthebbers geweest, de doctoren en de professoren, die het contact met de geestenwereld het zwijgen hebben opgelegd’.

Sir Koolhof uit Hoogeveen, vijftiger, ‘doet’ in privé-zwembaden. Hij is geboren in een hervormd nest. ,,Van kinds af aan had ik problemen met wat ik in de kerk hoorde. Ik ben niet gedoopt -mijn vader was tegen de kinderdoop, omdat daarover niets in de Bijbel staat- en heb geen belijdenis gedaan, maar houd me al mijn leven lang bezig met religie en spiritualiteit.”

Tijdens zijn niet aflatende spirituele speurtocht stuitte Koolhof op een exemplaar van Grebers versie van het Nieuwe Testament. Hij begon aan een Nederlandse vertaling, maar liep vast in het bloemrijke Duits van de jaren dertig. Een advertentie in ‘Verwachting’, een kwartaalblad over nieuwetijdsdenken, bracht hem in contact met de hoofdredacteur van het blad, Roelof Tichelaar, die vanuit zijn eigen interesse voor Greber onmiddellijk brood zag in het vertaalproject.

Tichelaar, dertiger, verdient deels de kost als belastingambtenaar en voert daarnaast in het Drentse Wijster een snel groeiende praktijk voor spirituele genezing en levensvragen. ,,Ik help mensen met problemen van psychische en religieuze aard. Ook mensen die vastlopen in paranormale ervaringen, waarmee de psychiatrie zich geen raad weet.”

Met het werk van Greber was hij jaren geleden al in aanraking gekomen. ,,Grebers eerste boek, ‘Omgang met Gods geestenwereld’ (Mirananda, 1987), boeide mij en paste bij me.”

Daar bleef het niet bij. Via visioenen en voorspellende dromen werd Tichelaar gewezen op het belang van Grebers werk. ‘Het werk van Greber is nog niet af’ werd hem in dromen duidelijk gemaakt. ,,Vanuit de geestelijke wereld kreeg ik de opdracht zijn werk opnieuw onder de aandacht te brengen en, waar nodig, aan te vullen en toe te lichten.”

Na lezing van Grebers ‘Nieuwe Testament’, dat tot dan toe alleen in het Duits en Engels was verschenen, schreef Tichelaar ‘Het Nieuwe Testament bij nader inzien’ (uitgeverij Akasha). Hierin bespreekt hij kerngedachten van Greber en geeft hij de belangrijkste verschillen aan tussen Grebers Nieuwe Testament en de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap. De advertentie van Sir Koolhof kwam als een volgende vingerwijzing om Grebers werk verder te ontsluiten.

Ook Joop Poort overkwam iets dergelijks. Poort, zestiger en vuttend leraar Duits, schoof in de loop van zijn leven op van vrijgemaakt via synodaal gereformeerd naar ‘gereformeerd nieuwetijdsdenker in de stijl van Hans Stolp’. Tijdens een van zijn cursussen esoterisch bijbellezen zei ex-Ikon-pastor Stolp tegen zijn bevlogen leerling Poort: ‘Er komt binnenkort een opdracht voor jou’. Poort wist niet goed wat hij met die mededeling aan moest. ,,Tot ik enkele weken later die oproep zag in ‘Verwachting’, waarin medewerkers voor de Greber-vertaling werden gevraagd die goed zijn in Duits. Een stem in mij zei ‘hier is je opdracht’. Als een bliksemflits sloeg dat bij me in.”

Poort is de enige van het driekoppige vertaalteam die nog actief is in de kerk. Van tijd tot tijd leidt hij jongerendiensten in de gereformeerde kerk van Koudekerk, waarbij hij niet schroomt zijn nieuwetijdsdenkbeelden naar voren te brengen. ,,De enige fout van de Bijbel is, zeg ik dan, dat er een kaft omheen zit. De openbaring van God is niet af, jongens, maar is nog altijd bezig, al meer dan 2000 jaar.” Ook over Greber gaat hij zeker spreken, tijdens een alternatieve jongerendienst in september. ,,Kinderen worden de laatste tien jaar steeds wijzer. En dan heb ik het niet over cognitieve maar over geestelijke, spirituele, soms ook paranormale begaafdheid.” Deze ‘nieuwetijdskinderen’, zoals Poort ze noemt, praten volgens hem maar wat graag over dit soort onderwerpen.

Ook onder kerkmensen is er volgens hem zeker belangstelling voor Grebers Nieuwe Testament. ,,Omdat er binnen de kerken een grote zwijgende groep is, die zich bezighoudt met nieuwetijdsdenken.”

Wat is nu zo bijzonder aan dat testament van Greber?

Grote delen van zijn vertaling uit het Oudgrieks wijken niet of nauwelijks af van de gangbare hedendaagse vertalingen. Maar hij heeft ook ‘correcties’ aangebracht, die een ander licht werpen op belangrijke christelijke thema’s, zoals de eeuwige hel, de Heilige Geest en de leer van de Drie-eenheid. Zoals de zieners uit het Oude Testament doorgevingen kregen, zo werden deze ‘correcties’ hem ingegeven vanuit de ‘geestenwereld’, waarmee hij -zelf en via zijn vrouw die medium was- in contact zei te staan. (Na zijn ontdekking van ‘Gods geestenwereld’ bij een seance met een medium trad Greber, uit angst van spiritisme te worden beschuldigd, uit het ambt van rk priester, emigreerde naar Amerika en trouwde).

In de inleiding op zijn vertaling van het Nieuwe Testament schrijft Greber over de correcties die hem uit de geestenwereld werden doorgegeven het volgende: ,,De verbinding met deze bron van waarheid gebruikte ik vooral om volledige duidelijkheid te krijgen over de tekst van de Bijbel zoals deze vandaag de dag voor ons ligt. Want reeds bij het allereerste contact met de geestenwereld van God werd ik geattendeerd op het feit dat de boeken van het Oude en Nieuwe Testament zeer vele vervalsingen bevatten die tot vele dwalingen in de huidige christelijke kerken hadden geleid. Later werden mij de details van deze vervalsingen aangegeven.”

Tichelaar, Poort en Koolhof denken dat de ‘oorspronkelijke’ boodschap van het Nieuwe Testament, zoals die in hun ogen door Greber is ontsluierd, ‘een last van de schouders van de gelovigen zal nemen’. Het zal toch een hele opluchting zijn, denken ze, om bijvoorbeeld te horen dat de hel niet een hopeloos oord van verdoemenis is, waar mensen voor de eeuwigheid moeten vertoeven, maar slechts een in de tijd begrensde nieuwe periode van lijden, die ter lering dient. Klik voor Bron Zie ook: Inima, Roelof, SpiritueelChristen

2007, Amsterdam

Na de opstanding van het geestelijk lichaam van Hesdy Linger, en dus het heengaan van zijn stoffelijk omhulsel ontving Giovanni Reingoud de taak om zijn leven verder te wijden aan het verbreden van de kennis om God te bereiken via de kortste weg. Middels dromen en mededelingen ontvangen tijdens de Godsdienstoefeningen werd het hem duidelijk welke levenstaak hem toebehoorde : ‘De kar trekken om de waarheid, welke tot Greber kwam, tot een ieder te brengen.’