Vierde deel
Mededelingen van de goede geestenwereld over de grote vraagstukken van de religie 

Voorwoord

`Zij zullen allen door God onderwezen worden.’
Johannes 6:45.

De lessen over de wetten van het geestenverkeer met de stoffelijke schepping en alles, wat ik zelf bij dit verkeer heb ondervonden, verspreidden zoveel licht over voor mij tot dusver onbegrijpelijke gebeurtenissen in de bijbel, dat alle onduidelijkheid verdween. Bovendien stelden zij mij in staat, ook de dingen te begrijpen, die ik later door mondelinge of gedrukte mededelingen over ongewone gebeurtenissen leerde kennen.
Wat mij echter innerlijk het meest bezighield, waren de grote religieuze vraagstukken. Daarover wilde ik vóór alles zekerheid hebben. Ik was geestelijke en had mijn leven gewijd aan het religieuze onderricht van mijn geloofsgenoten. Daarom was het begrijpelijk, dat ik er in de eerste plaats naar verlangde er zekerheid over te krijgen, of alles, wat ik tot nu toe in mijn godsdienst geloofde en onderwees waar was, of dat er geloofsstellingen in mijn kerk waren, die van de waarheid afweken.
Dat de afwijkingen zo talrijk en belangrijk waren, als tot mijn grote verrassing steeds duidelijker bleek, kon ik niet vermoeden. Toch was ik daar van het begin af op verdacht.
In latere jaren las ik, dat vooral de katholieke kerk en de tot haar behorende schrijvers in hun geschriften over ‘spiritisme’ tegen het zogenaamde ‘openbarings-spiritisme’ dringend waarschuwden, dus juist tegen dat wat de ernstige waarheidszoeker in de eerste plaats nastreeft. Want wie, zoals ik, de spiritualistische bijeenkomsten op de wijze van de eerste christenen als werkelijke diensten gewijd aan God, hield, die was het er niet om te doen, zo interessant mogelijke spiritistische verschijnselen te verkrijgen, zoals dit tegenwoordig in de gewone occulte seances plaatsvindt. Ik wilde met dezelfde goede geestenwereld in verbinding treden, die de mensheid in de bijbelse tijden had onderricht. Daardoor hoopte ik, de waarheid te vernemen over de belangrijkste levensvragen van de mens.
Ik wilde zo over de samenhang van deze zijde en gene zijde ingelicht worden. Al het andere was voor mij bijzaak.
Dat de ‘kerken’ tegen een spiritualisme, als door mij werd beoefend, als voor een ‘openbarings-spiritisme’ ernstig waarschuwden, vond ik zeker van hun standpunt uit gezien vanzelfsprekend. Want zodra men de mogelijkheid toegeeft, dat de mensen ook thans nog door directe mededelingen van God’s geesten over de gehele waarheid kunnen worden ingelicht, beginnen de fundamenten van de kerken te wankelen. De kerken met hun leerstellingen, die elkander tegenspreken, lopen dan gevaar, hun gelovigen te verliezen. Want dan zijn de mensen bij hun zoeken naar de waarheid niet meer op hun geestelijken aangewezen, maar bezitten zij door het verkeer met de geestenwereld van God dezelfde directe weg tot de bron van de waarheid als de mensheid in de bijbelse tijden.
De zucht naar zelfbehoud is de hoofdoorzaak geworden, waardoor de dienaren van de kerken tegenstanders zijn van het spiritisme in het algemeen en in het bijzonder van het zogenaamde `openbarings-spiritisme’. Het is dezelfde strijd, die Herodes om zijn heerschappij als koning besloot te voeren, toen hij het bericht vernam over de nieuwgeboren Koning van de joden.
Deze strijd van de kerken tegen het door God gewilde geestenverkeer, zal echter even vergeefs zijn als de strijd van Herodes tegen hem, die door God was gezonden. De waarheid, dat de goede geestenwereld met de mensen in verbinding kan treden en hun de grote en belangrijke vragen betreffende gene zijde onafhankelijk van kerken en kerkdienaren kan beantwoorden, zal haar zegetocht door de mensheid maken. En over de kerken zal ook eenmaal worden gezegd: ‘Zij zijn gestorven, die het Kindeke naar het leven stonden’ (Matth. 2:20).
Wat door de bestaande kerken aan het onwetende volk wordt voor- gehouden is de waarheid niet. Geheel anders luiden de antwoorden van God’s geestenwereld op de vragen over God, zijn schepping en haar lot, over de verlossing, over Christus, zijn leven en zijn werk, over kerk en sacrament, over hemel en hel en over het ontstaan en het einddoel van al het geschapene.