Mensen hebben meer dan eens de neiging om anderen te analyseren en te bespeuren waar die verantwoordelijk is geworden voor de dingen die mis zijn gegaan in het leven van de een of ander. Maar zelden wordt er een spiegel gepakt en daarin gekeken om de eigen gedragingen, gevoelens en gedachten te bespeuren vanuit het eigen lichaam om in te zien waar en wanneer zelf besloten is om iets te doen dat heeft bijgedragen aan iets onplezierig. Bij elke viering van het avondmaal heeft men de gelegenheid, of eigenlijk de plicht om deze spiegel voor te houden. De fouten in te zien, handelingen aan te passen en zo te groeien. Hou het volgende daarom in gedachten:

Horen en doen – Jakobus 1:19-27
Onthoud dit goed, mijn dierbare broeders en zusters: aarzel nooit om te luisteren, maar wacht met spreken en kwaad worden. Want wie zich boos maakt, volbrengt de wil van God niet. Weg dus met alles wat smerig is, weg met alle slechte gewoonten; wees zachtmoedig en aanvaard het woord dat in u is geplant en uw leven kan redden.
Houd uzelf niet voor de gek door alleen naar de boodschap te luisteren; breng haar ook in praktijk. Want wie het woord van God hoort, maar er geen uitvoering aan geeft, lijkt op een man die het gezicht dat de natuur hem heeft meegegeven, in een spiegel bekijkt. Heeft hij zichzelf bekeken, dan gaat hij weg, en meteen is hij vergeten hoe hij eruitziet. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet die bevrijding geeft, en dat blijft doen, wie niet vergeet wat hij hoort, maar het in praktijk brengt – die zal gelukkig zijn in wat hij doet.
Als iemand denkt dat hij godsdienstig is, maar zijn tong niet in bedwang heeft, misleidt hij zichzelf. Zijn godsdienstigheid stelt niets voor. Voor God, de Vader, is echte en zuivere godsdienst: wezen en weduwen helpen in hun nood en zichzelf niet door de wereld laten besmeuren.

Plichten tegenover elkaar – Romeinen 13:8-14
Zorg ervoor, bij niemand in de schuld te staan. Het enige dat u elkaar schuldig moet zijn, is liefde. Wie zijn naaste liefheeft, heeft voldaan aan de hele wet. Want de verboden: Pleeg geen echtbreuk, bega geen moord, steel niet, begeer niet wat van een ander is, deze en alle andere worden samengevat in dit ene gebod: Heb uw naaste lief als uzelf. Wie zijn naaste liefheeft, doet hem geen kwaad. De wet vindt dus haar vervulling in de liefde.
U moet trouwens goed beseffen hoe laat het is. Het is tijd om wakker te worden en op te staan. Onze bevrijding is nu dichterbij dan toen we begonnen te geloven. De nacht is haast voorbij, de dag begint al bijna. Laten we dus de praktijken van de duisternis afleggen en de wapenrusting van het licht aandoen! We moeten ons behoorlijk gedragen alsof het al helemaal dag is. Dus geen zwelgpartijen en drinkgelagen, geen ontucht en losbandigheden, geen onenigheid en afgunst. Nee, we moeten ons als het ware wapenen met de Heer Jezus Christus en niet ons zondige ik koesteren dat tot allerlei begeerten aanzet.

Veroordeel elkaar niet – Romeinen 14:1-12
Aanvaard mensen met een zwakke geloofsovertuiging en voer geen strijd over persoonlijke meningen. De een gelooft dat hij alles mag eten, maar de ander, die zwak is in het geloof, eet alleen plantaardig voedsel. Wie alles eet, moet niet neerkijken op iemand die dat niet doet, en wie alleen plantaardig voedsel eet, moet niet veroordelen wie alles eet. God heeft hem aanvaard. Wie bent u wel, dat u oordeelt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, is een zaak van zijn eigen heer. En hij zal wel standhouden; daar kan de Heer voor zorgen.
Er zijn er die de ene dag belangrijker vinden dan de andere; voor anderen maakt het niets uit. Gun ieder zijn eigen overtuiging. Wie een bepaalde dag in ere houdt, doet het ter ere van de Heer. Wie alles eet, doet dat ter ere van de Heer, want hij dankt God ervoor. Wie alleen plantaardig voedsel eet, doet dat ook ter ere van de Heer, want hij dankt God ook. Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen en niemand van ons sterft voor zichzelf alleen. Als we leven, leven we voor de Heer, en als we sterven, sterven we voor de Heer. Of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Want Christus is gestorven en weer levend geworden om te heersen over doden en levenden. U die plantaardig voedsel eet, waarom veroordeelt u uw broeder? En u die alles eet, waarom kijkt u neer op uw broeder? Want we moeten allemaal voor de rechtbank van God verschijnen. Er staat immers geschreven: Zo waar als ik leef, zegt de Heer, iedereen zal voor mij zijn knieën buigen, en iedereen zal openlijk erkennen dat ik God ben.

Ieder van ons moet dus tegenover God verantwoording afleggen over zichzelf.