Deze informatie is afkomstig van de geest der Waarheid. En dient daarom als volledig juist ervaren te worden, het is een belofte dat de juiste uitvoering bewaarheid zal worden.

3, 5, 7 of 40 keer bidden per dag is voor een gelovige binnen onze gemeente niet vreemd of ongebruikelijk. Of dit nou in gedachten of hardop gedaan wordt, individueel of in groepsverband, gericht of in het algemeen, het sterkt in alle gevallen de band met God en daarmee je hele wezen. Wie klopt, daarvoor wordt opengedaan, wie zoekt zal vinden, waar het hart vol van is loopt de mond van over. De sleutel is gebed, een ander hulpmiddel is meditatie, beide gecombineerd met overgave aan God, dus gehoorzaamheid maakt succes.

Als Greber-christen speelt gebed en concentratiebeoefening een belangrijke rol in het dagelijks leven. Zij die gebed en meditatie eigen maken bevorderen de band en energieafgifte waardoor God meer in uw leven mogelijk zal maken.

Er bestaan veel manieren tot meditatie, u bent vrij om ook op die manieren te mediteren. Onderstaand vind u de methodiek om een volwaardig werktuig van God en zijn Geestenwereld te worden. De gelovige welke zich de moeite geeft zal de woorden bevestigd zien.

Misbruik het gebed niet om op te vallen bij de mensen. Mattheüs 6:6

Bidt niet gedachteloos, ongeconcentreerd of uit routine, voel hem! Telkens weer.
Mattheüs 6:7 Toelichting: (Als je bidt tot God, doe dat niet zoals je tot mensen praat, doe het met passie, geloof en met dezelfde devotie van iemand die zijn geliefde gedag zegt in de laatste secondes van diens leven).

Bid nooit ijdel of overbodig lang, bidt gemeend, gericht en oprecht. Jezus leerde: Onze Vader die in de hemel. Uw naam worde geheiligd. Uw geestenrijk kome tot ons. Uw wil geschiedde aan gene zijde en in dit leven. Geef ons vandaag ons brood voor morgen. Vergeef ons onze fouten, zoals ook wij degenen vergeven die fouten jegens ons hebben begaan. En weest U, o Heer, toch onze gids in de verleidingen en bevrijd ons van de boze! Amen! Het betekent uiteraard niet dat het ‘Onze Vader’ gebed het enige gebed is, al wat je denkt voelt of wenst en tot God richt is en mag een gebed genoemd worden.

Onderstaande instructie dient een ieder op te volgen, die volgens de Greber methodiek Gods wil ten uitvoering wil brengen. Lees ook de richtlijnen omtrent rein en onreinheid in Het Oude Testament, Leviticus 11 en 12. Succes in de uitvoering zal dan zeker volgen.

Wegens het grote belang van de mediamieke vorming wil ik uitvoeriger schetsen hoe deze seances moeten worden gehouden. Tegelijkertijd zal ik je de redenen van de details opgeven, die daarbij in acht moeten worden genomen. Ook zal ik je een verklaring geven van de bij deze seances voorkomende gebeurtenissen tijdens de vorming van de media.’

Aandachtspunten:

`De aan God gewijde dienst was inderdaad het belangrijkste in de “mediumscholen”. De aanstaande media of “profetenleerlingen”, zoals zij toen werden genoemd, moesten met hun gehele innerlijk in een innig verband met God worden gebracht. Onwankelbaar Godsgeloof, en diep Godsvertrouwen moesten de grondslagen zijn, waarop de mediamieke bekwaamheden van de leerlingen zich ontwikkelden. Zo zouden zij bekwaamd worden om als waardige werktuigen van God en zijn geestenwereld hun medemensen te dienen. Want de gevaren, die de media toen bedreigden, waren dezelfde als nu.’

‘Het grootste gevaar vormde, zoals te allen tijde het geval is, ook toen de zucht naar eer en geld. De media stonden in hoog aanzien. Niet alleen de wereldlijke heersers wilden ze in grote getale om zich heen hebben, maar ook de welgestelde families hielden er een medium op na, om gene zijde te raadplegen en noemden hen “priester”. Men gaf hun rijke geschenken en hun gehele levensonderhoud. Blz 122-123 Omgang met Gods Geestenwereld.

Het is je plicht om voor alles de geesten, die tot je spreken, te beproeven of zij door God gezonden zijn, opdat je niet slachtoffer wordt van boze geesten, die je lichamelijk en geestelijk te gronde richten, je niet de waarheid vertellen, maar leugens, en daardoor je levensweg naar de afgrond voeren. Blz 12 Omgang met Gods Geestenwereld.

Geen goede geest noemt Jezus een vervloekte. Geen slechte geest duidt Jezus aan als zijn Heer.

1. `Als een aantal naar waarheid en God zoekende mensen besluiten, samen in verbinding met de goede geestenwereld te komen, dan moeten zij het eerst eens worden over de plaats, waar zij regelmatig bijeen zullen komen. Deze moet zo worden gekozen, dat zij vrij zijn van elke stoornis. U wilt toch bij belangrijke aardse bezigheden ook niet gestoord worden. Dit geldt des te meer, als het erom gaat, een zuivere geestelijke band te leggen, die in veel hogere mate wordt beïnvloed door aardse storingen dan ieder werelds werk.

2. `De beste tijd voor de bijeenkomsten zijn de avonduren na acht uur. Dan is het dagelijkse werk met zijn aardse zorgen en gedachten voorbij en kan men zich rustig aan innerlijke concentratie wijden.’

3. `Meer dan tweemaal per week moeten in het algemeen de “zittingen” niet worden gehouden.’

4. ‘Het vertrek moet voor de aanvang van de seance goed worden gelucht en van damp, tabaksrook en slechte lucht worden gezuiverd. Want de odkracht  van de deelnemers wordt door bedorven lucht zeer benadeeld en de voor de geestenwereld zo noodzakelijke odstraling wordt erdoor belemmerd.’ (Od of odkracht is de geestelijke levensenergie die van God afkomt, het zit in alles dat leeft, in die mate dat nodig is om de eigen geest en hetgeen waarin de geest belichaamd is voort te brengen, het is de adem der levens. Blz 51 Omgang met Gods  geestenwereld)

5. `Om de lucht zuiver te houden zet men een grote schaal met fris water in het vertrek neer. Dit zuigt de bedorven lucht, die zich tijdens de seance heeft gevormd, ten dele op.’

6. ‘Op de tafel, waaromheen de deelnemers gaan zitten, legt men voor ieder enige vellen schrijfpapier en een zacht potlood neer.’

7. ‘Enige tijd voor het begin van de seance moeten de aanwezigen niet meer over materiële dingen spreken, maar zich concentreren en zuiver aardse gedachten uitschakelen. Zij zijn toch bijeengekomen om God te dienen.’

8. `De plaats, die men op de eerste bijeenkomst heeft gekozen, moet men ook later aanhouden, omdat de odstraling, die bij iedereen verschillend is, langzamerhand in een zeker evenwicht moet worden gebracht. Om dezelfde reden moeten de aanwezigen zich naar de geslachten zó rangschikken, dat een man naast een vrouw komt te zitten. Want het mannelijke od is in hoofdzaak positief, het vrouwelijke negatief; samen geven zij een beter evenwicht. Toch is deze rangschikking van de plaatsen niet strikt noodzakelijk, maar het vergemakkelijkt slechts het gelijkrichten van het od tot een goed werkende odstroom.

9. Een verandering in de eenmaal gekozen plaatsen moet alleen dan plaatsvinden, als een desbetreffende mededeling van de zijde van de geestenwereld door een ontwikkeld of een in ontwikkeling zijnd medium wordt aangegeven.’

10. Is een muziekinstrument (piano of orgel) in het vertrek aanwezig, dan is het goed, met een religieus lied te beginnen, dat onder begeleiding van het muziekinstrument wordt gezongen. Bij gebrek aan beter kan ook een grammofoonplaat worden afgespeeld met een hymne of een ander ernstig lied. Het zingen en spelen van een mooi lied brengt harmonie en wijding in de harten van de deelnemers en richt hun gedachten op het hogere. Ook is het een krachtig afweermiddel tegen de invloed van de boze geestenwereld, die zich hinderlijk en storend wil indringen in de bijeenkomsten. Want het boze is disharmonie en gevoelt zich niet aangenaam, waar harmonie, goede gedachten en bezinning in woord en lied tot uitdrukking komen. Daarom week ook volgens het bijbelse verhaal de boze geest van Saul, zodra David de harp voor Saul bespeelde en daarbij mooie psalmen zong.’

11. `Na het lied spreekt een van de aanwezigen een eenvoudig, natuurlijk gebed uit in zijn eigen woorden. Mocht hij te schuchter zijn om het gebed vrij uit te spreken, dan doet hij er goed aan het vooraf op te schrijven en met eerbied voor te lezen. Ieder van de deelnemers moet op zijn beurt het gebed uitspreken.’

12. `Na het gebed moet iemand een hoofdstuk uit het Oude of Nieuwe Testament voorlezen en dit wordt door de aanwezigen besproken.

13. “Gezang, lezing en bespreking van het gelezene moeten bij elkaar ongeveer een half uur duren.’

14. “Na afloop van de bespreking reiken de deelnemers zo mogelijk bij gedempt licht elkaar de handen, zo dat de rechter hand van de een op de linker van de buurman ligt. Men noemt dit tegenwoordig “een keten vormen”. Dit is nodig om de odkracht van de afzonderlijke deelnemers tot een gesloten odstroom te verenigen, juist zoals ook de afzonderlijke draden, waardoor een stroom moet worden geleid, samengevoegd moeten worden, wil men de werking van de stroom verkrijgen.

15. Men mag nooit vergeten, dat van de sterkte van de odstroom het werken van de geestenwereld op de bijeenkomsten afhangt. De demping van het licht bevordert de odwerking zeer.’

16. ‘Het “vormen van een keten” heeft ook een verheven symbolische betekenis; want zoals de aanwezigen door handreiking uiterlijk tot een eenheid worden verbonden, zo moeten zij ook onderling een van hart en een van ziel zijn. Zij moeten elkaar liefhebben, wederkerig helpen, elkaars fouten vergeven en alles uit hun hart bannen, dat de innerlijke harmonie zou kunnen verstoren.’

`Om de genoemde redenen reikten ook de eerste christenen elkaar tijdens hun godsdienstige bijeenkomsten op dezelfde wijze steeds de handen. Zij lieten daarmee hun eensgezindheid blijken, streefden echter voor alles naar de opwekking van een sterke odstroom om de mededelingen van de goede geestenwereld mogelijk te maken.

17. `De “keten” mag ongeveer twaalf tot vijftien minuten gehandhaafd blijven.

18. Gedurende die tijd moet ieder ervoor zorgen geconcentreerd te blijven, alle wereldse gedachten van zich afzetten en aan het goede denken.

19. Voor dit doel kan hij tot zichzelf inkeren over zijn leven tot nu toe, zijn fouten, zijn verhouding tegenover God en zijn medemensen, zijn nalaten van het goede en dergelijke problemen nadenken, toepasselijke voornemens koesteren, God om vergeving en om kracht bidden om het boze te vermijden. Hij moet God danken voor de ontvangen weldaden, Hem loven en prijzen en in een aandachtig gebed de verbinding met de goede geestenwereld van Hem afsmeken. Alles, wat bevorderlijk voor zijn geest kan zijn, mag hij tot onderwerp van zijn beschouwing en zijn gebed maken.

20. ‘Is de hiervoor bestemde tijd verstreken, dan verbreekt de leider van de bijeenkomst de “keten”. Ieder neemt nu het voor hem liggende potlood en legt de hand licht op het gereedliggende schrijfpapier. Daarbij moet hij de wil hebben, niet uit eigen aandrang te schrijven, maar tegelijkertijd de hand zo soepel te houden, dat zij iedere beweging volgt, die van de geestenwereld uitgaat.’

21. ‘Tijdens de eerste seances is de odkracht, die ter beschikking staat, meestal nog zeer zwak. De aanwezige geesten kunnen daardoor nog niets tot stand brengen. Ook de belemmeringen bij de deelnemers zijn nog zeer groot, alles is nog te nieuw voor hen. De innerlijke concentratie valt hun zwaar en ze zijn te zeer gespannen op dat, wat misschien zou kunnen komen. Juist die spanning is de grootste hinderpaal voor het afgeven van het od, waarop ik dadelijk nog terugkom. Overigens lijken de deelnemers nog te zeer op een ongebruikte magneet, welke eerst door vaker gebruik tot krachtsontwikkeling moet worden gebracht.

22. ‘Toch komt het niet zelden voor, dat menige deelnemer in zijn mediamieke ontwikkeling veel verder is, dan hij zelf weet. In dat geval kan reeds bij de eerste seance de inwerking van de geestenwereld merkbaar zijn. Wellicht begint de hand, die het potlood vasthoudt, te trekken of stijf te worden, en zich te bewegen. Men mag aan deze inwerking niet de geringste weerstand bieden, maar moet aan de beweging van de hand toegeven. Eerst zullen misschien gedurende enige seances slechts strepen, bogen, cirkels of dergelijke schrijfoefeningen met het potlood door de geestenwereld worden uitgevoerd, voordat een letter, een woord of zin tot stand komt. Dat komt, doordat de door de aanwezigen afgestane odkracht nog niet sterk genoeg is en vooral de odkracht van het zich ontwikkelende schrijfmedium zich nog in een aanvangsstadium bevindt. Door de schrijfoefeningen wordt deze steeds meer gesterkt. Vertonen zich op deze of op andere wijze de eerste inwerkingen van de geesten, dan wordt de grote belemmering, die door de spanning van de aanwezigen ontstaat, zeer voelbaar. Zij kijken gewoonlijk nieuwsgierig en met de grootste aandacht naar dat, wat zich bij de andere deelnemer voordoet.

23. Spannende verwachting houdt echter bij iedereen de odstraling tegen, zoals een ingespannen toehoorder onwillekeurig ook zijn adem inhoudt. Daardoor wordt de odstroom verminderd en de arbeid van de geesten verzwaard. Want zelfs de beste machinist is machteloos tegenover een machine, als de krachtstroom wordt opgeheven of aanmerkelijk wordt verminderd.’

‘Diezelfde ongunstige uitwerking als spanning hebben ook gevoelens van vrees, schrik, wantrouwen, twijfel en elk innerlijk verzet. Wie met zulke gevoelens en gewaarwordingen aan deze bijeenkomsten deelneemt geeft niet alleen zelf geen odkracht af, maar stoort en onderbreekt ook de odstroom van de anderen. Daarom voelen de media het dadelijk, indien zich onder de deelnemers iemand bevindt, die als een vreemd lichaam stroomuitschakelend werkt. En zij hebben gelijk als zij de verwijdering van zo’n deelnemer verlangen, totdat hij zich innerlijk anders heeft ingesteld.’

24. ‘Zodra dus bij de spiritualistische bijeenkomsten het harmonische samengaan van de gevoelens en gezindheid ontbreekt, kan een uniforme odstroming niet tot stand komen en zijn de resultaten twijfelachtig of geheel onmogelijk geworden.’

‘Dat is ook de reden, waarom wetenschappelijke commissies, die met media experimenteren, veelal weinig of geen resultaat hebben. De media, die immers de krachtbronnen zijn voor de mededelingen van de geesten, voelen zich angstig, verlegen en met wantrouwen omringd. Zij merken voortdurend, dat men hen tot bedrog in staat acht en zelf niet aan die dingen gelooft. Door zulke gevoelens wordt de krachtafgave bij de media sterk verminderd, zo niet geheel onmogelijk gemaakt.’

‘Het is een natuurwet, en wel dezelfde natuurwet, volgens welke bij iemand, door angst bevangen het bloed uit het gezicht wegtrekt, zodat hij verbleekt. Het bloed wordt namelijk door het zich naar binnen concentrerende od eveneens naar het hart getrokken. Het volgt volgens een natuurwet de kracht van het od, daar het de leider van het od in het lichaam is.’

25. ‘Hoe verkeerd wordt daarom ook door uw wetenschap zo vaak het te kort schieten van de media uitgelegd! Zij moest toch eens grondig de hindernissen bestuderen, die zo vaak aan de media als krachtbronnen van de geestenwereld in de weg worden gelegd, en wel speciaal door uw geleerden. Als die de hindernissen zouden opheffen, dan kwamen de mededelingen van de geesten bevredigend door.’

26. ‘Weliswaar werkt de goede geestenwereld slechts in de uiterste gevallen mee aan mededelingen, die niet uitsluitend het goede doel dienen, doch slechts het zuiver wetenschappelijke, of alleen maar de nieuwsgierigheid bevredigen. Dit laatste is het gebied, waarop de lagere geestenwereld ijverig werkzaam is, en helaas maar al te vaak groot onheil aanricht.’

27. `De deelnemers aan goede spiritualistische bijeenkomsten moet steeds weer worden ingeprent, dat zij iedere twijfel en ieder wantrouwen uit hun hart moeten bannen en zonder inspanning geduldig moeten afwachten, wat er zal komen.’

28. ‘Voelt een deelnemer de innerlijke drang een gedachte, die hem wordt ingegeven, neer te schrijven, dan moet hij dat doen. Langzamerhand zal hij leren, de geïnspireerde gedachte van zijn eigen gedachten te onderscheiden.

29. De gedachten, door de geestenwereld ingegeven, dringen zich namelijk, als u uw eigen gedachten tracht uit te schakelen, telkens weer met kracht op; ze komen steeds weer terug, als u tracht ze terzijde te stellen.’

30. ‘Voelt een van de aanwezigen een zekere verdoving in zijn hoofd of een opvallend zwaar gevoel in zijn ledematen, wordt zijn hoofd heen en weer gedraaid of zijn lichaam door een hem onverklaarbare beweging aangegrepen, dan is dat een teken, dat de geestenwereld aan hem werkt. Deze sympathetische bewegingen van het lichaam worden meestal opgemerkt bij die personen die “volle-trance-media” worden. Het heen-en-weer bewegen, het op- en neertrekken van het lichaam hangt samen met het loslaten door de geest van het medium in wording van zijn lichaam en van zijn lichamelijke od.

31. De lichamelijke verschijnselen, die gepaard gaan met de vrijmaking van de geest, zijn vaak beangstigend voor de toeschouwers. Het is een soort doodsstrijd, al is deze ook zonder pijn voor het medium. Een reden voor enige vrees behoeft er niet te zijn, want alles geschiedt volgens bepaalde wetten.’

32. `De moeilijkste tijd voor de in ontwikkeling zijnde “volle-trance-media” is de tijd van de zogenaamde “halftrance” of “gedeeltelijke-trance”. De eigen geest is nog niet geheel vrij van het lichaam verwijderd en een vreemde geest gebruikt het lichaam van het medium reeds voor zijn mededelingen. De nog aanwezige geest van het medium hoort de door de vreemde geest door het medium gesproken woorden. Het medium krijgt daardoor gemakkelijk de indruk, dat het zijn eigen woorden en gedachten zijn, die tot uitdrukking gebracht zouden worden. Het gevaar ontstaat daardoor, dat het medium in verwarring raakt en de mededelingen als zelfbedrog beschouwt.

33. Ook vermengt in dit stadium van ontwikkeling de eigen geest van het medium zich gemakkelijk met de mededelingen van de vreemde geest en dit wekt daardoor terecht twijfel bij de deelnemers.’

‘Op het eerste gezicht zou het daarom kunnen lijken, dat de vreemde geest beter zou doen, met zijn mededelingen te wachten, totdat het medium geheel is gevormd, zodat dergelijke onaangenaamheden vermeden kunnen worden.

Maar de redenen, die de vreemde geest aanleiding geven, reeds bij “gedeeltelijke trance” van het medium zijn mededelingen te doen, zijn zo belangrijk, dat hij liever de beschreven onaangenaamheden op de koop toe neemt, dan zijn mededelingen op te schorten tot de volledige ontplooiing van het medium. Want juist in die eerste periode, waarin nog geen volledig gevormd medium de deelnemer ter beschikking staat, moeten deze over zoveel punten worden onderricht en opheldering ontvangen, dat deze lessen beter niet tot een later ogenblik verschoven kunnen worden. Van de lessen hangt juist in het begin voor de deelnemers zoveel af voor hun innerlijke opbouw, dat de onvolkomen wijze van mededelen als een veel geringer nadeel wordt beschouwd, dan het geheel achterwege laten van het onderwijs.’

34. `De overgangstijd van het stadium van “half trance” tot dat van “volle trance” duurt gewoonlijk niet al te lang, wanneer het medium zich de moeite geeft, innerlijk vooruit te komen en zijn menselijke tekortkomingen te verminderen. Zodra de “volle trance” intreedt, weet het medium niets van wat de vreemde geest spreekt of doet.’

35. `De grootste belemmeringen en moeilijkheden worden door de boze geesten in de weg gelegd aan allen, die in vol vertrouwen naar het verkeer met gene zijde zoeken. Want het boze wil ook hier, zoals overal, het goede verhinderen. Het laat geen middel onbeproefd, de deelnemers van deze zaak af te brengen. Het begint met hun, en vooral de zich vormende media, de gedachten in te geven, dat het allemaal zelfbedrog, autosuggestie of hypnose is. Zij moesten zich toch niet met zulke dingen ophouden, waardoor zij zich blootstellen aan de spot van de mensen.’ `De bozen hebben al veel bereikt, wanneer zij hierdoor bij de een of de ander ernstige twijfel aan de waarheid, echtheid en de goede bedoelingen van de zaak hebben wakker geroepen. Daartoe benutten zij vaak ook de nietigste uiterlijke voorwendsels, vooral kleine vergissingen en fouten, die overal voorkomen waar zwakke mensen zijn.’

36. ‘Hen die tot “helderziendheid” worden opgeleid, tracht de boze geestenwereld door schrikbeelden, duivelskunsten of dergelijke afschuwelijke beeltenissen angstig te maken, om hen daardoor te laten besluiten, van een voortzetting van hun opleiding af te zien en de hele zaak er aan te geven.’

‘Vanzelfsprekend blijven zij, die zich aan het lagere spiritisme wijden, van deze verzoekingen verschoond. Dat is gemakkelijk verklaarbaar, want het lagere spiritisme is het verkeren met het boze en daarom heeft het boze geen aanleiding de mensen hiervan terug te houden.’

37. `De tijd, waarin de bozen zich trachten in te werken, is de proeftijd voor de deelnemers en vooral voor de media. Iedereen wordt persoonlijk getoetst en altijd op zijn zwakste punt. Alleen hij, die de beproevingen doorstaat, ontvangt de mediamieke gaven. Wie faalt zal de zaak spoedig opgeven, of komt geheel onder invloed van de boze geestenwereld. Daarom moet iedereen om bijstand en kracht vragen, opdat hij de verzoeking van de bozen met goed gevolg weerstaat.’

38. `De duur van de zittingen moet men niet al te veel rekken; een uur is in de regel voldoende. Zodra de geesten zich door media uiten, wordt gewoonlijk meteen door hen bepaald, wanneer er moet worden geëindigd. Want God is een God, die van orde houdt, en ook zijn geesten zijn dezelfde regel toegedaan. Dit blijkt op zo wonderbaarlijke wijze bij al de seances, die onder God’s bescherming worden gehouden, ook hieruit dat steeds een controlegeest aanwezig is, die alles leidt. Hij beslist, wat de deelnemers moeten doen om de vorming van de media te vergemakkelijken; hij zegt hun, hoe zij aan hun eigen innerlijke opbouw moeten arbeiden, welke fouten zij moeten verbeteren en welke deugden zij zich eigen moeten maken. Hij bepaalt vaak de lezingen uit de Heilige Schrift aan het begin van de seances, verandert menigmaal ook de plaatsen van de deelnemers, indien dit gunstiger is voor de versterking van de odkracht. Hij bepaalt verder, welke geesten bij de media worden toegelaten, van welke aard hun mededeling is, en hoe lang zij in dit medium moeten blijven. Hij laat ook boze geesten door de media toe, opdat de aanwezigen deze geesten in hun gezindheid en hun gedrag leren kennen en daaruit de praktische ervaring opdoen, hoe zij zich tegenover zulke geesten moeten gedragen. Met liefde laat hij zwaar lijdende geesten, die van tamelijk goede wil zijn, in de media intreden, om deze geesten de mogelijkheid te geven, door de aanwezigen te worden onderricht en op God te worden gewezen. Het is een groot werk van naastenliefde, waarmede op deze wijze de deelnemers aan zulke seances hun lijdende broeders en zusters aan gene zijde kunnen helpen. Menigmaal verklaart de controlegeest naderhand het doel, waartoe de verschillende geesten werden toegelaten.’

39. `De controlegeest is altijd de eerste geest die zich bij een bijeenkomst meldt en steeds met een tot God gerichte groet. Hij is de geestelijke leider van de deelnemers, vermaant ze, waarschuwt ze, berispt ze en onderwijst ze. Met grote nadruk wijst hij erop, zowel tijdens de vormingsperiode van de media als ook later, dat hun geloof en vertrouwen in God steeds moet groeien en sterker moet worden.’

40. ‘Hoe nader de mens innerlijk tot God komt, des te meer wordt hij deelachtig aan de van God komende kracht, des te groter en wonderbaarlijker zijn ook de gaven, die hij van God ontvangt tot nut van zijn medemensen. Daarom is het doel van elke seance, waarbij Gods geesten actief zijn: “Nader, mijn God, tot u!

41. ‘In het begin van de ontwikkeling van de media, als de eerste schriftelijke mededelingen van gene zijde plaats vinden, zijn het gewoonlijk uw gestorven verwanten en vrienden, die toestemming krijgen met u in verbinding te treden, vooropgesteld, dat zij zelf aan gene zijde op de weg naar God zijn en niet tot de boze geesten behoren. Ook zij manen u steeds tot geloof in God en zeggen u steeds weer, dat u door uw verkeer met de goede geesten op de rechte weg bent. Zij betuigen er daarbij vaak hun diepe spijt over, dat zij bij hun leven op aarde niet op deze weg opmerkzaam werden gemaakt.’

42. ‘Gedurende het verloop van de verdere vorming treden de gestorven verwanten en vrienden met hun mededelingen geheel terug en hoge geesten openbaren zich nu. Er moet echter zijn voldaan aan de voorwaarde, dat de deelnemers innerlijk aan zich zelf werken en van goede wil zijn.

43. Is bij een deelnemer de goede wil niet of niet meer aanwezig en blijven herhaalde vermaningen van de goede geesten bij hem vruchteloos, dan wordt hij door een schikking van de “controlegeest” van de seances uitgesloten. Dit is noodzakelijk, omdat hij zelf niet verder komt en voor de anderen een grote belemmering vormt. Want aan hem klampen zich de boze geesten vast. Zij volgen hem naar de seances en oefenen hun slechte invloed op de meest verschillende wijzen ook op de andere deelnemers uit; verder wordt de odkracht door de disharmonie, die hij tengevolge van zijn innerlijke instelling in de kring brengt, nadelig beïnvloed.’

44. `Alle bijeenkomsten met het doel, in verbinding met de geestenwereld te treden, waarbij geen geest van God het toezicht heeft, hebben plaats buiten Gods wil. Mogen zij ook uiterlijk de schijn hebben van een “godsdienst” dan is toch de gehele richting, waarin het geestenverkeer zich beweegt, niet de richting naar God. Het gaat hier niet om een louteren en een hoger opvoeren van de innerlijke mens. Waar de door God ingestelde “controle” ontbreekt is geen plaats voor de geesten, die bestemd zijn om hen van dienst te zijn, die het heil moeten verwachten. Het zielenheil van de deelnemers is het enige doel van spiritualistische bijeenkomsten.

45. `Als daarom in veel zogenaamde “spiritistische kerken” van de tegenwoordige tijd de bijeenkomsten ook met gebed en religieuze liederen worden omlijst, is toch de hoofdzaak van wat daar gebeurt ver verwijderd van het Goddelijke.’

‘Zij, die als leiders of medewerkers in deze kerken werkzaam zijn, bezitten gewoonlijk de gaven van het helderzien, helderhoren en heldervoelen. Daardoor is het hun mogelijk in verbinding te komen met de geesten, die bij de deelnemers van de bijeenkomst zijn. De odstraling van deze geesten komt in aanraking met de odstraling van de mediamieke dienaren en dienaressen van die kerken. Dit bezorgt hun niet alleen de karakterbeelden van de aanwezige geesten en hun verhouding tot de personen, die zij begeleiden, maar stellen hen ook in staat boodschappen te vernemen, die geesten in het belang van hun aardse vrienden verkondigen.’

‘Het doorgeven van boodschappen van de geesten, welke meestal slechts betrekking hebben op het menselijke lot, de zorgen en het materiële succes, vormt de hoofdzaak bij deze kerkelijke bijeenkomsten. Het is voor de meeste deelnemers het enige doel, waarvoor zij komen. Zij beschouwen deze kerken als inlichtingen-bureaus, waar men tegen betaling van een bepaald entreegeld van de geesten van gestorven bloedverwanten of vrienden iets over zijn aardse lot kan vernemen door bemiddeling van de helderziende kerkdienaren. Daarom zorgen de leiders van die kerken ervoor dat geen bezoeker de bijeenkomst verlaat zonder zulk een “boodschap” te hebben ontvangen.

Daar in zulke samenkomsten Gods geesten niet aanwezig zijn en dus ook geen controle uitoefenen, hebben de lagere geesten er vrij spel. Al zijn het nu niet direct boze geesten, die komen en gaan, het gaat toch om een geestenverkeer, dat de mensen niet veel nut kan brengen.’

‘Daar komt nog bij, dat in zulke kerken, “helderzienden” optreden, die tegelijkertijd “half-trance-media” zijn, deze gelijken op een open venster, waardoor de lagere geestenwereld naar willekeur binnen kan komen. Er is immers geen controlegeest aanwezig, die hen weert en orde houdt. En zo dwarrelen de mededelingen van de geesten door elkaar op een wijze, die afstotend moet werken. Daardoor lijdt het goede en door God gewilde geestenverkeer geen geringe schade als gevolg van de beoordeling door in deze dingen meestal geheel onervaren mensen. Want door de “religieuze aankleding” van die kerkelijke bijeenkomsten wordt de indruk gewekt, alsof hetgeen daar geschiedt het door God gewilde spiritisme is.’

`De leiders van zulke kerken dragen daarom tegenover God een zware verantwoordelijkheid voor wat er bij deze bijeenkomsten gebeurt. Zij hebben de plicht, de hun geschonken gaven zonder eigenbaat en zonder menselijke overwegingen geheel in dienst van God te stellen. Zij moeten om een “controle van de geesten” bidden, die hun gaarne wordt toegestaan.

Zij moeten hun dan echter ook in alles gehoorzamen. Doen zij dit, dan zullen de bijeenkomsten tot een werkelijke dienst voor God worden en tot geestelijke opbouw en geestelijk welzijn van de deelnemers leiden. Want dan wordt de hoge geestenwereld van God werkzaam en zijn de lage geesten uitgeschakeld.’

46. `Als de bijeenkomsten worden gehouden op de zojuist beschreven wijze, dan zullen zij u grote zegen, veel vreugde en ware innerlijke vrede brengen.’

47. `Elke bijeenkomst moet worden besloten met een kort dankgebed, dat wordt uitgesproken door de leider van de seance, en zo mogelijk nog met een lied.’

48. `De vorming van een medium en de overige bijzonderheden betreffende de verbinding met de goede geestenwereld is echter niet aan zulke “gemeenschappelijke seances” gebonden. Een ieder kan ook voor zich alleen, hetzij dagelijks, hetzij meermalen per week een bepaalde tijd, wellicht een half uur of ook minder, aan innerlijke concentratie besteden.

49. Hij gaat daarbij op dezelfde manier te werk als ik dit voor de gemeenschappelijke zittingen heb beschreven. Hij begint met een kort gebed, leest een gedeelte uit de Heilige Schrift en denkt over het gelezene na.

50. Daarna houdt hij, zoals reeds gezegd, zijn hand met een potlood op een voor hem liggend blad schrijfpapier en wacht zonder enige geestelijke spanning af.

51. Wordt hij gedrongen tot het neerschrijven van gedachten, die hem met grote nadruk worden geïnspireerd, dan schrijft hij deze neer. Wordt zijn hand door een vreemde kracht in beweging gebracht, dan moet hij daaraan toegeven.’

52.  ‘Is de tijd verstreken, die hij voor deze prive godsdienstoefening heeft bepaald, dan sluit hij met een gebed.

53. Hij kan ervan verzekerd zijn, dat de goede geestenwereld vanaf het eerste ogenblik, dat hij verbinding met haar zoekt, bij hem begint te werken en de voorwaarden verschaft, die voor deze verbinding nodig zijn. Ja, dit werken begint reeds, als een mens zich in gedachten ernstig met deze dingen bezighoudt.

54. Vaak krijgen mediamiek aangelegde personen een hun onverklaarbaar gevoel, zodra zij slechts een ernstig gesprek over de geestenwereld en haar verbinding met de mensen bijwonen. Dit gevoel ontstaat, doordat de geesten van gene zijde, waarvan er enige steeds om u heen zijn, hen nu reeds beginnen te beïnvloeden, omdat zij tengevolge van hun mediamieke aanleg zeer ontvankelijk zijn voor de odinwerking van de geestenwereld.

55.  Maar totdat een mens iet afweet van de mogelijkheid van een verbinding met de geestenwereld, is het doelloos, als de hem omringende geesten met de voorbereidende arbeid aan hem zouden beginnen. Het zou niet alleen doelloos zijn, maar ook zeer onaangename aardse gevolgen kunnen hebben. Want noch hij, noch zijn bloedverwanten zouden iets van de bij hem beginnende mediamieke verschijnselen begrijpen. Men zou hem voor zenuwziek houden, hem onder doktersbehandeling stellen of naar een sanatorium brengen. De goede geestenwereld begint daarom eerst dan met haar werk, als zij het vooruitzicht heeft op goede resultaten; eerder niet.’

56. `In aansluiting aan deze lessen zou ik de vraag willen beantwoorden, die door velen met recht wordt gesteld. Deze luidt : “Is spiritisme nadelig voor de gezondheid van de media of van de personen, die aan spiritistische bijeenkomsten deelnemen?”   Op deze vraag antwoord ik met “neen” – en met “ja”.’

57. `Als u een bijeenkomst, waarin geesten verschijnen, houdt met God en alles in Zijn naam doet, u onder Gods bescherming stelt en Hem liefhebt en steeds het goede wilt, dan zal dit contact met de geestenwereld u nooit schaden. U zult integendeel daardoor naar lichaam en ziel worden gesterkt; het meest echter de media. Want de slaap, die u ter versterking nodig heeft, hebben de media, die in volle-trance vallen, gedurende deze tijd niet nodig.
Maar alleen, als u het goede dient en de boze geesten van u afwijst. Zolang de media in trance-toestand zijn, rust

hun lichaam en wordt daardoor gesterkt. Wanneer wij, goede geesten, ook aan hen of door hen werken, dan schaadt hen dit helemaal niet. Zoals gezegd, rusten zij integendeel lichamelijk uit en voelen zij zich na afloop van deze seance beter dan daarvoor. De odkracht, die aan de media en deelnemers wordt onttrokken, vervangt de goede geestenwereld door vers od. Daarbij komt, dat bij de vorming van de media hun innerlijke gebreken, die de trance toestand bemoeilijken of verhinderen, eerst door het ingrijpen van de goede geestenwereld worden weggenomen, zodat de betreffende mens na zijn vorming tot “volle-trance-medium” gezonder is dan voorheen.’

58. ‘Het spiritisme is echter wel schadelijk, als God erbuiten wordt gehouden, als alles wordt uitgeoefend onder invloed van de boze geesten, men zich zelfs verlustigt in het boze en het gebed verwaarloost. Op deze wijze vervalt u langzamerhand tot het kwade. Dat is niet alleen zo erg, omdat u door de boze geesten van de weg der waarheid en het juiste inzicht wordt weggelokt, maar omdat zij u ook lichamelijk zwaar benadelen. Want de odkracht, die zij aan u onttrekken, wordt niet meer door hen vervangen. Met als gevolg dat voor alles de gezondheid van de media, maar ook die van de deelnemers, zeer wordt verzwakt en langzamerhand geheel ten gronde wordt gericht. Daarom is er een sprankeltje waarheid in het volksgeloof, dat hij, die met de duivel een verbond sluit, zijn leven op het spel zet. Want zijn odkracht wordt door het kwade langzamerhand verbruikt en zijn aardse lichaam blijft niet meer levenskrachtig. Vele media, die het lagere spiritisme dienen, lijden aan geestelijk en lichamelijk verval. Verscheidenen eindigen in een krankzinnigengesticht of plegen zelfmoord.’

59. ‘Gevaren en benadeling zijn dus in het spiritisme alleen daar aanwezig, waar men het niet beoefent om de goddelijke waarheid te leren kennen en er innerlijk beter van te worden, maar waar men daarin slechts zijn nieuwsgierigheid en zijn zucht naar buitengewone belevenissen wil bevredigen, inlichtingen omtrent zijn materieel succes wil verkrijgen of zuiver wetenschappelijke kennis wil opdoen.’

60. ‘Waarschuw dus uw medemensen zeer ernstig niet deel te nemen aan een verkeer met geesten, dat geen hogere doeleinden dient. Onderwijs hen over het goede, door God gewilde spiritualisme, want dit alleen moet iedere mens beoefenen. Het is voor hem de enige weg tot de waarheid en de kortste weg tot God.’

61. ‘Ook hij, die zich nog niet tot het geloof in God heeft opgewerkt, moet deelnemen aan het goede spiritualisme, voor zover hij de eerlijke wil heeft om de waarheid aan te nemen, zodra deze hem op overtuigende wijze wordt geboden. Waarheidszoekers met zo’n gezindheid zullen langs deze weg de waarheid en de vrijheid van de kinderen Gods vinden. Zij zullen inzien, waarin ware religie in werkelijkheid bestaat. Voor hen geldt het woord van Christus: “Zoekt en gij zult vinden!

62. ‘Zij, die nog niet in God geloven, moeten toch tot God bidden, zij het ook slechts voorwaardelijk. Zij kunnen het gebed aan hun ogenblikkelijke toestand aanpassen. Het volgende gebed kan iedere ongelovige uitspreken, wanneer hij van goede wil is en bereid, de waarheid te aanvaarden: `O God, als het waar is, dat Gij bestaat, dan bid ik U van ganser harte: Leer mij U te erkennen! Toon mij de waarheid en leid mij op de rechte weg ! – Amen.’

63. ‘Het zal zeker worden verhoord. Want God erbarmt zich over een ieder, die van goede wil is. Tot welke religieuze gemeenschap iemand behoort, is van geen belang voor deelneming aan goede spiritualistische bijeenkomsten.’

64. ‘ Na de grote verlossingsdaad van Christus wordt het voortaan aan de van God afgevallen schepselen overgelaten, of zij van de verlossing gebruik willen maken. De gevangenkampen van satan zijn door de overwinning  van Christus geopend. De gevangenen kunnen naar huis terugkeren. Of zij dit doen of niet, hangt van hen zelf af. Christus heeft de brug naar het vaderhuis gebouwd, maar de vrije wil van ieder moet de terugkeer tot stand brengen. Hij moet de moeilijkheden niet schuwen, die hem bij het afleggen van de weg naar huis wachten. Welke moeite hebben uw gevangenen in de wereldoorlog zich niet getroost om na het sluiten van de vrede naar het vaderland terug te komen! Uit de verste steppen in Siberië liepen zij met bloedende voeten, week na week, om de grenzen van hun vaderland te bereiken.

Zo moeten ook de gevangenen van satan zich opmaken om de weg te vinden, die naar het vaderland Gods voert. Christus staat hen in hun moeilijkheden bij de terugkeer door zijn geestenwereld met alle hulp ter zijde. Zijn boden wijzen hun de weg, sterken hen, monteren hen op, troosten hen, richten hen steeds weer op, als de huiswaartskerenden onderweg vermoeid raken of struikelen. Zij mogen echter niet weer terugkeren tot knechtschap van de vijand, door van God afvallig te worden, want dan duurt het des te langer voor zij opnieuw tot het besluit komen: “Ik wil opstaan en tot mijn Vader gaan!” Maar voor ieder zal eens de dag komen, waarop hij zijn honger naar geluk en vrede niet meer aan de trog van de boze kan stillen, en hij zal tenslotte het pad naar huis inslaan.

De een heeft voor deze terugreis slechts een enkel mensenleven nodig. Anderen kwellen zich honderden, weer anderen duizenden jaren, ver van God, op zoek naar het goud van het geluk in de valse-muntersplaatsen van de duisternis, door de dwaallichten van satan van de ene dwaling in de andere gelokt. Het is hun eigen schuld, dat zij meermalen opnieuw mens moeten worden en pas zo laat de weg van het licht vinden, gebouwd door de liefde van God en zijn zoon, de grote redder van de gevallen schepping!’ Blz 316 Omgang met Gods Geestenwereld

65. ‘De grootste belemmering, die de erkenning van de waarheid in de weg staat, is de onjuiste opvatting van de begrippen “ geest” en “stof”.
Wanneer eenmaal het feit is erkend, dat de geestelijke schepping in wezen dezelfde is als de stoffelijke, en dat beide zich alleen onderscheiden door de aard van hun bestaan, vervallen vanzelf de meeste bezwaren voor het juiste inzicht op het gebied van het verkeer van de geesten met de materiële schepping. Dan zal met erkennen, dat de aardse geest hetzelfde levensorganisme in geestelijke vorm bezit, dat de aardse schepselen in stoffelijke vorm hebben; dat het lichaam over de vorm van de geest is gegoten, en de stoffelijke vorm daardoor niets kan bevatten, dat niet in de geestelijke vorm aanwezig is. Men zal inzien, dat aan “gene zijde” alles gelijk is aan dat van “deze zijde”, alleen met dit verschil, dat aan “deze zijde” alles stoffelijk is, en aan “gene zijde” alles geestelijk.’

‘Maar het leven, zowel in de stoffelijke als ook in de geestelijke wereld, is gebonden aan de odkracht. Het is de geweldigste kracht van de schepping waarmee God, de bron van deze kracht, alles kan omverwerpen. Met deze odkracht doen Hij en Zijn geestenwereld de grootste “wonderen”, zoals u het noemt. Het is de kracht, die de magiër tot bovenaardse verrichtingen in staat stelt, doordat zijn eigen  odkracht door de geestenwereld kan worden vergroot, hetzij door de goede of kwade, afhankelijk van het feit of hij zich met de een of de ander in verbinding stelt.’

‘Bij de kwade, dus van God gescheiden geesten, de demonen, is deze kracht echter slechts binnen zeer bepaalde grenzen werkzaam, terwijl deze kracht door de geesten van God in onbeperkte mate tot uitwerking kan worden gebracht.’

Met deze kracht heeft Christus zieken genezen en doden opgewekt. Met deze kracht dreef hij de boze geesten uit de bezetenen. Met behulp van deze odkracht bewerkten de goede geesten het wandelen van Christus op de golven. Met deze kracht bracht de aan Christus ondergeschikte goede geestenwereld op zijn bevel, de wonderbare broodvermeerdering tot stand door de materialisatie van het in de odvorm aangevoerde brood.’

‘Diezelfde kracht beloofde Christus aan allen, die gelovig werden. “Degenen, die geloven, zullen de volgende wonderen deelachtig worden : In mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven ; zullen zij in vreemde talen spreken ; slangen met de handen opnemen ; en als zij iets giftigs drinken zal het hun niet schaden ; zieken zullen zij de handen opleggen en deze zullen gezond worden.” “ En zij trokken uit en predikten overal, en de Heer was met Zijn kracht bij hen en bevestigde hun woord door de wonderen, die daarbij gebeurden” (Markus 16:17, 18,20)

Want het geloof in God, dat niet slechts bestaat uit een voor-waar-houden, maar in een onwankelbaar vertrouwen in Hem en in een trouwe vervulling van Zijn wil, brengt de mens in de innigste verbinding met God als de oneindige krachtbron. Zo’n geloof maakt ook God’s geestenwereld aan Hem dienstbaar, zodat Hij door dit geloof alles kan doen. “Alle dingen zijn mogelijk bij hem, die gelooft” (Markus 9,23)

‘ Bij ieder die echt gelooft in God, gaat daardoor hetzelfde in vervulling dat voor Christus waarheid werd;’ namelijk: ‘Als wij doen, wat God wil, doet God ook, wat wij willen.’  Blz 77 -78 Omgang met Gods geestenwereld

U mag natuurlijk alles doorlezen in het boek Omgang Met God geestenwereld, ISBN 90 6271 535 4, Op deze site vind je ook alle leefregels in de  bijbel en Omgang met Gods geestenwereld, probeer deze van dag tot dag steeds beter na te leven en het hemelrijk zal u deelachtig worden.

Er bestaan  downloads (pfd versies) van het boek ‘Omgang met Gods geestenwereld’, en van ‘Het Nieuwe Testament volgens Greber’ deze zijn in meerdere talen verkrijgbaar, u kunt deze downloaden in de webshop op deze site. Hou er  wel rekening mee dat door de scan er fouten in zijn geslopen, de letter c wordt vaak ingelezen als een e, de letter m als r en m (rn), ó is soms een 6 enzovoorts. Ook kan ik niet instaan voor de juistheid in de talen uitgezonderd Engels en Nederlands, de Russische vertaling bevat zeker fouten, dit naar verklaring van de vertaler.  Vertalers zijn daarom uitgenodigd om de boeken van Greber juist en correct te vertalen zodat deze aan iedere zoeker overhandigd kan worden.