De leer welke wij verkondigen is van God afkomstig. Het is de leer conform de Geest van Waarheid opgetekend in het boek ‘Omgang met Gods geestenwereld’. Het is een praktische weg, ervaringsleer. Wij verkondigen u dit ook uit ervaring.

De meeste gelovigen hebben op een bepaald punt in hun leven iets ervaren wat hen tot het besef en geloof bracht dat er meer is tussen Hemel en Aarde. Enkele van die gelovigen hebben zo’n diepe ervaring gehad dat zij zonder enige twijfel geloven in God als Schepper van al wat is. Zo een ervaring is belangrijk geweest in hun leven en keuze om te geloven. Zij die een dergelijke ervaring niet hebben gehad en/of geloven dat God niet bestaat mogen hier eerlijk over zijn, hen wijzen wij een weg tot God. Er zal niemand zijn die u een certificaat zal uitreiken als bewijs van deze ervaring, of u ernaar zal vragen als zijnde het een verplichting is. Het is een weg, geen verplichting. Het is weliswaar onze overtuiging dat een Godservaring het geloof sterkt en doet leven doch kan deze u geschonken worden enkel en alleen al als u de bereidheid in uw hart draagt om God te volgen als Hij roept.

Hoe werkt de rit?

De rit van ‘Erkenning’ kan door elk aspirant gelovige doorlopen worden, er is geen vaste periode gesteld om de gebeden uit te spreken, men doet het tot voldoening en overtuiging. Er is ook geen hulp nodig voor deze rit, hier geldt het woord van Jezus : ‘Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.’ Echter is de bijstand van een Presbyter altijd mooi meegenomen.

Iemand die niet gelooft….

‘Ook hij, die zich nog niet tot het geloof in God heeft opgewerkt, moet deelnemen aan het goede spiritualisme, voor zover hij de eerlijke wil heeft om de waarheid aan te nemen, zodra deze hem op overtuigende wijze wordt geboden. Waarheidszoekers met zo’n gezindheid zullen langs deze weg de waarheid en de vrijheid van de kinderen Gods vinden. Zij zullen inzien, waarin ware religie in werkelijkheid bestaat. Voor hen geldt het woord van Christus: “Zoekt en gij zult vinden!

‘Zij, die nog niet in God geloven, moeten toch tot God bidden, zij het ook slechts voorwaardelijk. Zij kunnen het gebed aan hun ogenblikkelijke toestand aanpassen. Het volgende gebed kan iedere ongelovige uitspreken, wanneer hij van goede wil is en bereid, de waarheid te aanvaarden: `O God, als het waar is, dat Gij bestaat, dan bid ik U van ganser harte : Leer mij U te erkennen ! Toon mij de waarheid en leid mij op de rechte weg ! – Amen.’

‘Het zal zeker worden verhoord. Want God erbarmt zich over een ieder, die van goede wil is. Tot welke religieuze gemeenschap iemand behoort, is van geen belang voor deelneming aan goede spiritualistische bijeenkomsten.’

Iemand die gelooft…

God van Abraham, Isaak en Jakob, God van mijn Heer Jezus Christus, Schepper van mijn geest, tot u bid ik om geloof en vertrouwen, Ik smeek u om de kracht om de verleidingen van het boze met succes te weerstaan, ik vraag dat ik U God trouw mag blijven en het goede zal dienen. Lieve Vader ik bid u om de controle van geesten. –Amen!

Een alternatief gebed…

U kunt natuurlijk in eigen woorden tot God bidden. Welke woorden u gebruikt is geheel vrij. Men past het gebed meestal aan op de situatie. Voor de groei tot God is het wel heel belangrijk dat de sleutels tot God in uw gebed voorkomen. Definieer correct tot welke God u bidt, vraag om die dingen die zorgen voor de uithouding, het is een lange reis en u zult vaak op de proef worden gesteld. Het bovengenoemd gebed voldoet aan die eisen.

Onderstaand vind u nog een gebed waarvan de werking bewezen positief is gebleken:

De belijdenis…

Knielend beken ik, mij in uw nabijheid koesterend, Koning van Hemel en Aarde, berouw te hebben over mijn zonden.
Gezondigd heb ik door hoogmoed, eerzucht, afgunst, hebzucht, door verlangen naar weelde, door luiheid, liederlijkheid, dronkenschap en oneerbiedigheid. Ik heb uw Grootheid bewust beledigd door het gewillig en ongebreideld uitleven van mijn lusten, door overspel en verkrachting, diefstal en moord, door misbruik van mijn aardse goederen, door excessen, het verguizen van liefde en trouw, door lege woorden, vleierijen, wanbeheer van mijn bezit,  zonder aan de van mij afhankelijke armen te denken of hen in mijn eigendommen te laten delen; ik heb nagelaten gevangenen te bezoeken, de laatste eer aan doden te bewijzen, ik heb zwervers en zoekende geen gastvrijheid verleend, de hongerige niet gespijzigd, de dorstige niet gelaafd, ik heb geen rustdag noch andere hoogtijdagen gehouden, noch gedurende deze hoogtijdagen eerbiedig en vroom geleefd. Ik heb hem die hulp behoefden meer schade berokkend dan hun nood gelenigd, ik weigerde de smeekbeden der armen te verhoren, noch heb ik de ouderdom gerespecteerd. Ik heb gezondigd door niet trouw te blijven aan het geloof van mijn voorvaderen ; door gebrek aan dankbaarheid tegenover degenen die hard voor mij gewerkt hebben, door vleselijke lusten die ik niet onderdrukt heb ; door hoogmoedigheid en gebrek aan aandacht in de tempel Gods ; door de heilige vaten te bespotten en de ceremoniën belachelijk te maken ; door het met profane handen vasthouden en met onzuivere lippen beroeren van het sacramentsbrood, door het ongeconcentreerd zingen van psalmen en gebeden.

Bij deze neem ik mij voor, de door mij gepleegde zonden, zoals slechte gedachten, onzuivere meditatie, valse achterdocht, haastige oordelen, het luisteren naar de raad van goddelozen, het verlangen naar schaamteloos sensueel genot, holle frasen, leugens, loze beloften, roddelen en schelden, niet meer uit te voeren. Ik beloof u voor mijn verraad, de verwarring  die ik heb gesticht, mijn valse getuigenissen, mijn gewelddaden, mijn vervloekingen, mijn vitterijen, mijn holle woorden, beledigingen die ik heb geuit, mijn huichelarij, de nachtwaken, die ik tegen de wil van god heb gehouden, het schenden van de tien geboden, mijn gebrek aan liefde voor god en mijn naasten, te willen boeten.

Ook neem ik mij voor, de zonden welke ik heb begaan met mijn zintuigen, en alle andere menselijke zwakheden die God, de Schepper, beledigen, niet meer te plegen. Ik belijd mijn schuld en verklaar voor God dat ik een slecht mens ben.

Nederig beschuldig ik mijzelf van alle zonden tegenover God, de engelen en de kinderen Gods, opdat mij later niet verweten kan worden dat ik mijn misdaden verborgen heb gehouden, opdat mijn vijanden geen macht over mij zullen kunnen verkrijgen, en opdat er nu vreugde, vrede en stilte in mijn hart moge dalen door het oprecht belijden van mijn zonden tegenover God.

Hoogste Almachtige, dat ik dood e onmetelijkheid van uw goddelijke genade zal mogen zien welke geesten tot mij komen, dat met die hulp uw wil geschiedde, en zo mijn wil ter verheerlijking van Uw souvereine majesteitelijkheid tot Uw eeuwigdurende glorie, die is en tot in oneindigheid zal zijn. – Amen.

Johannes Greber aan het woord…

Ik kan als zwak, dwalend en zondig mens op geen grotere geloofwaardigheid aanspraak maken dan ieder ander van mijn medemensen. Ik verlang dus niet, dat men mij blindelings gelooft. Alleen een ding vraag ik: dat men de waarheid die mij deelachtig is geworden langs dezelfde weg onderzoekt als waarlangs ik haar heb gevonden. Deze weg heb ik nauwkeurig beschreven, zodat niemand hem kan missen. De geleerde en de ontwikkelde, de rijke en de arme, allen kunnen hem bewandelen. Geen voorbereiding en bijzondere scholing zijn daarvoor nodig. Het kost niets. Slechts een ding moeten zij bezitten : de wil tot de waarheid. Zij moeten bereid zijn de waarheid aan te nemen, zodra deze zich aan hen op overtuigende wijze openbaart en hun leven daarnaar in te richten. Dit boek is niet geschreven voor hen, die deze woorden niet willen aanvaarden. Voor hen bestaat er in het geheel geen weg, die naar de waarheid voert, want God openbaart zijn waarheid slechts aan hen, die van goeden wille zijn.

Zij, aan wie de wil tot waarheid ontbreekt, en de weg, die ik hun wijs niet onderzoekend willen bewandelen, hebben echter ook geen recht, een oordeel over mijn boek uit te spreken. Want als een scheikundige aan de wereld verkondigt, dat hij een mogelijkheid heeft gevonden langs chemische weg goud te maken, en die weg nauwkeurig aanwijst, dan kan redelijkerwijze alleen hij over de verklaringen van de chemicus een oordeel vellen, die de door hem beschreven proeven zelf heeft genomen en daarbij alles nauwkeurig heeft opgevolgd wat de scheikundige heeft aangegeven.

Ik heb de zekerheid, dat dit boek de waarheid bevat, ‘want ik weet, wie ik heb geloofd’ (2 Tim i : 2).

Ik behoef niet bang te zijn dat zij die mijn weg volgen, ergens iets zullen vinden, dat in tegenspraak is met wat ik vond. Allen, die tot heden mijn raad volgden en verbinding met de goede geestenwereld zochten, hebben hetzelfde gevonden als ik.

Bron: Omgang met Gods Geestenwered, pagina XX inleiding.