De Greber-christen richt zijn leven in zodat het een uiting is van het geloof, zijn doen en nalaten staan in het teken van dit geloof. Hiermee bewijs je een gelovige te zijn.

Omdat met de doop zoveel bevestigd wordt ook deze rit tot op heden door ons uitgevoerd. Deze doop vindt echter niet plaats achter gesloten deuren, maar op een openbare gelegenheid binnen de woonplaats van de persoon die gedoopt wilt worden. Vanwege de vergunningen die hierbij komen kijken worden deze doopmomenten niet al te vaak per jaar uitgevoerd. Door de doop dichtbij te houden van de woonplaats brengen wij de situatie en de kracht van toen terug naar nu. De doop kan slecht worden ondergaan door mensen die een bewuste keuze hebben kunnen maken, voor kinderen kan een afspraak worden gemaakt zodat een Presbyter bidt tot God om het kind te beschermen en als het zijne te zien tot het kind anders kiest, vergelijkbaar met het opdragen aan God.

Zie de doopkalender voor een overzicht van de plaatsen en data. Staat jouw woonplaats er niet tussen, doe dan een doopverzoek, deze vind je op dezelfde pagina als de doopkalender.

Over de doop

Als eerste en noodzakelijkste sacrament geldt voor veel religies de waterdoop. Men beweert, dat de doop op zichzelf, dus zonder toedoen van de dopeling, van een vijand van God een kind van God maakt, daar deze zowel de zogenaamde erfzonde als alle persoonlijke zonden delgt. Daarom doopt u kinderen, die niet eens weten, dat ze worden gedoopt. Dat is een geheel verkeerde voorstelling over de betekenis van de doop. Want in de eerste christelijke tijd was de doop niets meer dan een volbrenging van een uiterlijke handeling ten teken van een innerlijke gezindheid. Door de doop werd dus niets nieuws tot stand gebracht, zoals u leert, maar alleen dat naar buiten getoond, wat aan innerlijke gezindheid bij de dopeling aanwezig was. Zo was de doop door Johannes voor hen, die haar ondergingen, een in het openbaar afgelegde getuigenis, dat zij de woorden van de grote boeteprediker geloofden en van hun tot nu toe slechte levenswandel wilden afzien. Het wezenlijke van deze doop lag daarin, dat ze in het openbaar plaats vond. Allen moesten kunnen zien wie de doop ontving.

Nu kun je denken, dat een uiterlijk teken voor een innerlijke gezindheid niet nodig is. Maar u mensen vergist zichzelf zo vaak omtrent uw werkelijke gezindheid en deze wordt u eerst dan volkomen duidelijk als u er naar buiten in het openbaar van moet getuigen. Dan blijkt niet zelden, dat de vermeende goedheid in u toch niet zo groot is, als u in stilte had geloofd.

Onder hen, die tot Johannes kwamen en naar zijn prediking luisterden, bevonden zich ook velen, die meenden een verandering van hun gezindheid in zichzelf te bespeuren. Op het ogenblik echter, dat zij de doop als uiterlijke belijdenis van deze meningsverandering voor het gehele volk moesten ontvangen, schrokken zij terug. De vrees voor de mensen overviel hen en deze was sterker dan het goede in hen. Zij vreesden de spot van hun medemensen, vooral van de joodse geestelijkheid, die Johannes immers niet als een afgezant van God erkende. Uit mensenvrees wezen zij de doop dus van de hand. Als dit uiterlijke teken er niet was geweest, voor de aanvaarding of afwijzing waarvan zij werden gesteld, dan waren zij zich er nooit van bewust geworden, dat zij feitelijk niet rijp waren voor het Godsrijk. Want wie uit menselijke overwegingen vreest om wat hij als waar en juist heeft herkend, ook openlijk te belijden en alle aardse gevolgen van zo’n belijdenis op zich te nemen, op hem kan men zich niet verlaten. Hij is onbruikbaar voor God’s zaak, want het aardse vindt hij belangrijker.

Uit dezelfde overweging liet ook Christus zich door Johannes dopen. Ook Hij wilde openlijk laten blijken, dat hij instond voor de door Johannes gepredikte waarheid.

Johannes koos als uiterlijk teken voor de erkenning van zijn leer en van de wil tot een levensverbetering de doop in de vorm van de onderdompeling in water. Hij had evengoed een ander teken kunnen kiezen, maar het onderdompelen in water was het mooiste zinnebeeld van wat hij met zijn prediking beoogde. Hij leerde de reiniging van zonde door verandering van de vroegere slechte gezindheid. Zoals nu de gedoopte door onderdompeling uiterlijk van vuil werd gereinigd en in zekere zin als een nieuw mens uit het water steeg, zo moest de aanvaarding van de waarheid hem innerlijk reinigen en in staat stellen, als een nieuw mens een leven van gehoorzaamheid aan God te leiden.

Om deze symbolische betekenis van de doop heeft ook Christus deze als uiterlijk teken voor de aanvaarding van zijn leer gekozen. Wat de uiterlijke gevolgen waren van de openbare doop als belijdenis van het Christendom voor de mensen in de eerste christelijke tijden, daarvan kunt u zich thans geen juiste voorstelling meer maken. De tot het christendom

overgegane joden stelden zich bloot aan haat, vervolging en economische benadeling door hun vroegere geloofsgenoten, in het bijzonder door de joodse geestelijkheid. Men beschimpte hen op straat, sleepte ze in de gevangenis en stenigde ze. De geschiedenis van Paulus en van Stefanus toont je met welk een fanatisme het toenmalige jodendom de joodse christenen

vervolgde. Even erg waren de christenvervolgingen door het heidendom. De heidense godsdienst was de staatsgodsdienst. De verering van de goden, de afgodenfeesten en de afgodenoffers waren door staatswetten voorgeschreven.

Het werd als een van de grootste misdaden tegen de staat en zijn heerser beschouwd, zich van de afgodenverering en de offerfeesten te onthouden. Daarop rustte de doodstraf en de verbeurdverklaring van de bezittingen. Nu kon een christen echter vanzelfsprekend niet meer aan de afgodenfeesten en de offermaaltijden deelnemen. Werd hij aangebracht, dan moest hij zich op het ergste voorbereiden. De verschrikkingen van de christenvervolgingen door het heidendom zijn je toch bekend. Dood en verbeurdverklaring van hun goederen waren het lot van vele christenen.

Hoeveel van de hedendaagse christenen zouden bereid zijn de doop te ontvangen, als daaraan zulke gevolgen voor leven en eigendom verbondenwaren? Doch wie niet de moed heeft om onder zulke offers zijn geloof te belijden, is geen ware christen.

De doop gaf dus aan de gedoopte niets bijzonders aan innerlijke genade, doch was alleen het teken, dat hij bereid was, alle gevolgen van zo’n openlijke bekentenis op zich te nemen.

Wat volgt daaruit nu? Voor alles, dat de doop van onmondige kinderen waardeloos is. Zij kunnen immers noch de waarheid kennen, noch een belijdenis daarover afleggen. Daarom hebben de christenen van de eerste eeuwen nooit kinderen laten dopen. Daarom beval Christus zijn apostelen, eerst te onderrichten en dan pas hen te dopen, die bereid waren om de

waarheid aan te nemen. Verder volgt daaruit, hoe onjuist de leer van de christelijke kerken is, die beweren, dat de doop een kind van de erfzonde reinigt en dat de kinderen die sterven zonder gedoopt te zijn, voor altijd verloren zijn voor het Godsrijk. Een reiniging van zonde kan alleen plaats hebben door de wil je af te wenden van het kwaad en niet door de een of andere uiterlijke handeling.

Paulus verhaalt van enige christenen uit zijn tijd, die zich lieten dopen voor hen, die reeds waren gestorven. Dat was overmatige christelijke ijver van nieuwelingen in het geloof. Niemand kan zich voor een ander laten dopen. Iedereen moet voor zijn eigen heil werken; daarvoor bestaat geen plaatsvervanger. Die christenen bedoelden het goed. Zij wilden daarmee te kennen geven, dat hun gestorvenen, als ze nog in leven waren geweest, eveneens de leer van Christus zouden hebben aangenomen, en als openlijke bekentenis de doop zouden hebben ontvangen. Ze deden het uit liefde voor hun gestorvenen.

Zie de doopkalender voor een overzicht van de plaatsen en data. Staat jouw woonplaats er niet tussen, doe dan een doopverzoek, deze vind je op dezelfde pagina als de doopkalender.